Gedragsprotocol

Gedragsprotocol

 

  1. Pestprotocol
  2. Time-out, schorsing en verwijdering

 

Inhoud

 

  1. Pestprotocol
  1. Waarom kiezen wij voor een pestprotocol?
  2. Preventie van pestgedrag
  3. Aanpak van pesten
    1. Sancties in pestsituaties
      3.1.1. Waarschuwingsfase
      3.1.2. Handelingsfase 1
      3.1.3. Handelingsfase 2
      3.1.4. Handelingsfase 3
  4. Achtergrondinformatie over pestgedrag
    1. Wat verstaan wij onder pesten?
    2. Kenmerken van de pester
    3. Kenmerken van de gepester
    4. Signalen die wijzen op pestgedrag
       
       
       
  1. Protocol schorsing en verwijdering
  1. Inleiding
  2. Gedrag
    2.1. Regelovertredend gedrag
    2.2. Grensovertredend gedrag
    1. Sancties bij grensovertredend gedrag
      2.3.1. Time-out
      2.3.2. Schorsing
      2.3.3. Verwijdering
       
      C.        Tenslotte
       
      Bijlage 1                 Analyseformulier pestsituatie
      Bijlage 2                 Brief aan ouders inzake grensovertredend gedrag
      Bijlage 3                 Brief aan ouders inzake voornemen verwijdering
      Bijlage 4                 Brief aan ouders inzake definitieve verwijdering
       
       
       
        
       
       

 

A.        PESTPROTOCOL

 

 

1.        Waarom kiezen wij voor een pestprotocol?

 

De laatste jaren is er een maatschappelijke discussie ontstaan over het bestrijden van de toenemende agressiviteit in onze maatschappij. Ook op scholen worden we geconfronteerd met ongewenst gedrag, zoals:

  • fysiek: slaan, duwen, schoppen etc.;
  • mentaal: uitschelden, roddelen, grof taalgebruik, brutaliteiten etc.;
  • materieel: afpakken, stukmaken van spullen die niet het eigendom zijn, etc.

Helaas komen bovengenoemde zaken ook voor op onze school.

 

Ongewenst gedrag kan uitmonden in pestsituaties. Op het plein doen zich situaties voor waar kinderen zich kwetsbaar opstellen. Situaties die gemakkelijk kunnen leiden tot gevoelens van jaloezie, ontevredenheid en je achtergesteld of zelfs genegeerd voelen. Dergelijke situaties leiden gemakkelijk tot pestgedrag. Er wordt een slachtoffer gezocht en gevonden. Er worden nog wat meelopers geronseld en de basis voor een langdurige pestsituatie, met alle negatieve gevolgen van dien, is gelegd en kan worden opgestart. Dit is een wezenlijk en groot probleem. Pestgedrag is schadelijk voor kinderen, zowel voor de pesters als de slachtoffers, als voor de zwijgende middengroep.

 

Vanuit het team en de directie kwam de vraag hoe we gedragsproblemen en pesterijen op onze school beter en meer eensgezind kunnen aanpakken en kunnen voorkomen. Om deze eensgezinde aanpak vorm te geven hebben we een protocol time-out, schorsing en verwijdering en dit pestprotocol opgesteld. Dit protocol is een handboek voor de medewerkers en kinderen van onze school.

 

Een effectieve methode om ongewenst gedrag te stoppen of binnen de perken te houden is het afspreken van regels, het regelmatig herhalen van de regels en een consequentie stellen op overtreding van de regels. Het is belangrijk hierbij ook ouders intensief te betrekken. In het gedragsprotocol wordt dit alles verder uitgewerkt.

 

Naast het hanteren van duidelijke regels en afspraken, vinden wij het van groot belang dat de kinderen zich op onze school thuis voelen. We streven naar een prettige, ontspannen en open sfeer, waarin de kinderen zich gerespecteerd voelen en ervaren dat er voor iedereen – ongeacht capaciteiten en vaardigheden – de nodige belangstelling en aandacht is. Een dergelijke werksfeer, ook wel pedagogisch klimaat genoemd, is van basisvoorwaarde voor het bereiken van goede onderwijsleerresultaten en een positieve ontwikkeling van de kinderen.

 

Omdat we een reformatorische school zijn willen we graag werken vanuit de Bijbel, Gods Woord, en deze nemen als uitgangspunt van ons handelen. Dit staat ook in het pestprotocol voorop.

In ons onderwijs benadrukken wij drie belangrijke Bijbels gegevens: de schepping, de zondeval en de verlossing. Vanuit het scheppingsverhaal komt naar voren dat de mens een relationeel wezen is; het motief tot de schepping van Eva is immers gelegen in de eenzaamheid van Adam. Omdat de mens in zonde is gevallen is hij ‘onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’ (Heidelbergse Catechismus, Zondag 3). Dit is ook de reden van het bestaan en voorkomen van allerlei onvolkomenheden op sociaal-emotioneel gebied.

Rekening houden met de zondigheid van de mens bepaalt de attitude van de opvoeder; als het goed is ook van ouders en leerkrachten van de kinderen op onze school. Regels nemen daarbij een belangrijke plaats in. Een gouden regel in dezen geeft de Heere Jezus ons zelf, wanneer Hij de wet van God samenvat: ‘Gij zult liefhebben den Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.’ Hierbij staat de liefde als grondhouding centraal. De mens is dus in onze visie een relationeel, door God geschapen wezen, dat aan die Schepper schuldig is Hem lief te hebben en vanuit die liefde ook moet leren omgaan met zijn naaste. Met dit pestprotocol willen wij de kinderen hierin op weg helpen en de ouders en leerkrachten een handreiking bieden hoe zij dit kunnen doen.

 

Met dit pestprotocol hopen we de volgende doelstellingen te bereiken:

  • de leerkrachten kunnen pestgedrag signaleren en onderkennen;
  • de leerkrachten kunnen een plan van aanpak hanteren ten aanzien van:
    • het voorkomen van pestgedrag;
    • het tijdig signaleren van pestgedrag;
    • het remediëren van pestgedrag;
    • de samenwerking tussen ouders en school om pestgedrag te voorkomen en remediëren ervan te bevorderen.
       
       

 

2.        Preventie van pestgedrag

 

Ter preventie van pestgedrag hebben we op school de volgende afspraken gemaakt:

    • Het aanstellen van een pestcoördinator
      Op onze school is de teamleider aangesteld als pestcoördinator. Hij/zij heeft een ondersteunende en coördinerende functie.
    • Het opstellen van omgangsregels
      Aan het begin van elk schooljaar bespreken we met leerlingen wat zij een juiste manier vinden om met elkaar om te gaan. Samen met de kinderen worden de omgangsregels besproken en vastgesteld. De omgangsregels worden op een vel in de klas gehangen en iedereen zet daar zijn handtekening onder. Mochten de regels dan toch overtreden worden, dan kan het kind erop gewezen worden.
    • De omgangsregels steeds opnieuw onder de aandacht brengen
      Gedurende het jaar worden bovengenoemde regels in de groep herhaald en indien nodig aangevuld.
      De huisregel “Niet mopperen maar opperen” staat op school centraal. Deze regel wordt onderverdeeld in: ik zorg voor mezelf, de ander en de spullen. Aan het begin en halverwege het schooljaar staat deze regel tijdens de weekopening en –sluiting centraal. In het kader van:
  • het grote gebod om onze God lief te hebben boven alles en het tweede gebod (daar aan gelijk) onze naaste lief te hebben al ons zelf,
  • Christus opdracht: zoals je wilt dat de mensen met jou omgaan, ga jij ook zo met hen om.
    • Het betrekken van ouders
      Alle ouders worden d.m.v. de nieuwsbrief aan het begin van een nieuw schooljaar op de hoogte gesteld van de gedragsregels bij pesten. Van ouders wordt gevraagd om signalen van pesten aan de school door te geven. Ongeacht of pesten binnen of buiten school voorkomt en of hun kind daar wel of niet bij betrokken is. Gedurende het jaar worden de ouders middels de weekbrief op de hoogte gebracht van de lessen en activiteiten ter bevordering van het sociaal emotioneel leren.
    • Zicht houden op de sociale relaties in de klas
      Vanaf 2017 wordt in de groep 3 t/m 8 de leerlingenvragenlijst van ZIEN! afgenomen. Dit wordt gecombineerd met het invullen van de vragenlijst door de leerkrachten voorafgaande aan groepsbespreking 1 (schoolweek 5) en 3 (schoolweek 25). Naar aanleiding van de uitkomsten kunnen leerkrachten hierop aansluiten met bijpassende activiteiten en lessen op het gebied van sociaal emotioneel leren. In groep 1/2 wordt geobserveerd en geregistreerd m.b.v. het KIJK-registratiemodel. In aanvulling daarop worden kindgesprekken gevoerd m.b.v. de vragenlijst van ZIEN!. Ook wordt op deze momenten het sociogram ingevuld.
    • Zicht houden op het welbevinden van leerlingen
      Eén keer per schooljaar wordt door alle leerkrachten ons pedagogisch leerlingvolgsysteem ZIEN! digitaal ingevuld. Alle zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling en/of pestgedrag worden door leerkrachten tenminste vier keer per schooljaar besproken met de IB tijdens de groepsbesprekingen. Blijvende zorgen over gedrag van leerlingen worden door de leerkracht en IB besproken met de ouders tijdens een leerlingbespreking. Een volgende stap in de ondersteuningsstructuur op leerlingenniveau is het bespreken van de zorg met de orthopedagoge van Driestar-Educatief of het Jeugdteam.
    • Aanleren van sociale vaardigheden
      Aan het begin van een nieuw schooljaar wordt er in de klas elke dag een half uur besteed aan “Grip op de groep”. In elke groep wordt wekelijks gewerkt aan het sociaal emotioneel leren. Dit kan gebeuren in het kader van één van de omgangsregels in de groep, de huisregel van school, het vertelde Bijbelverhaal, incidenten die hebben plaatsgevonden, rond een thema dat centraal staat of een (prenten-)boek dat is voorgelezen.
    • Toezicht houden en sturing van leerkrachten
      Leerkrachten houden toezicht op het schoolplein en worden geïnstrueerd wat betreft het signaleren van pesten, het inspelen op conflicten en het stimuleren tot het oplossen van conflicten. Niet goed opgeloste ruzies kunnen leiden tot pestsituaties.
    • Bewustwording bij leerkrachten
      Het gedragsprotocol zit standaard in de groepsmap en wordt aan het begin van elk schooljaar in een teamvergadering met elkaar doorgenomen.
       
      De volgende methoden en/of bronboeken worden op onze school ingezet voor het in kaart brengen en stimuleren van de sociaal emotionele ontwikkeling:
    • BOMJEDA (Beter Omgaan Met Jezelf En De Ander)
    • Grip op de groep
    • Teach like a Champion
    • Doos vol gevoelens
    • ZIEN! leerkrachtvragenlijst en leerlingenvragenlijsten, sociogram
    • KIJK-registratiemodel

 

3.        Aanpakken van pestgedrag

 

Er is een verschil tussen grens- en regel overtredend gedrag. Bij regel overtredend gedrag wordt één of worden meerdere van de eerder genoemde regels overtreden. Bij grens overtredend gedrag worden grenzen van fatsoen en eerbied overtreden. Het gaat om bewust kwetsen of vernielen. Grens overtredend gedrag kan gemakkelijk omslaan in pestgedrag en doorzetten naar een langdurige pestsituatie. Om die reden wordt grens overtredend gedrag door ons strenger gestraft dan regel overtredend gedrag. Zie voor de verdere uitwerking deel B van dit gedragsprotocol. Pesten wordt gezien als grens overtredend gedrag.

 

Bij het straffen van leerlingen vinden wij een nauwe samenwerking en overleg met ouders belangrijk. School en gezin halen beiden voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dat neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind te komen oplossen. De inbreng van ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.

 

    1. Sancties in pestsituaties
      In situaties waarin sprake is van pestgedrag werken wij met een gele en rode kaart. Dit doen we volgens het onderstaande stappenplan.
       
      1. Waarschuwingsfase (1e keer pesten)
        Als de leerkracht een pestsituatie heeft vastgesteld, bijvoorbeeld door een melding van een leerling, een medeleerling of een ouder of door de uitslag van de leerlingenvragenlijst van ZIEN!, wordt in overleg met de pestcoördinator de pester gewaarschuwd. De leerkracht bespreekt de situatie met de leerling en legt de werking van het protocol uit. De leerling wordt verteld dat bij de volgende pestsituatie een gele kaart volgt.
        Van het gesprek met de leerling wordt een aantekening gemaakt in Parnassys. De ouders worden door de leerkracht van het gesprek en de situatie telefonisch op de hoogte gebracht.
         
      2. Handelingsfase 1 (2e keer pesten)
  • De leerkracht voert buiten de klas afzonderlijk gesprekken met de gepeste, de pester en de meelopers.
  • De pester krijgt een gele kaart. Deze kaart wordt meegegeven naar huis. De pester krijgt de waarschuwing mee dat als dit nog eens gebeurt, hij of zij geschorst kan worden.
  • De leerkracht neemt hierover telefonisch contact op met de ouders van de pester en de gepeste en bespreekt met hen wat er is gebeurd. Ouders kunnen via de leerkracht achtergrondinformatie krijgen over pestgedrag en handreikingen met betrekking tot de aanpak van pestgedrag.
  • De leerkracht maakt van de gesprekken en het meegeven van de gele kaart een aantekening in Parnassys. (Zie bijlage voor de papieren versie van het analyseformulier.)
  • Na een aantal weken belt de leerkracht de ouders nogmaals op om te vragen hoe het dan met de leerling gaat en om de ouders te vertellen hoe het nu met de leerling op school gaat.
  • In de groep wordt de pestsituatie door de leerkracht besproken met alle leerlingen.
  • Door de leerkracht wordt de pestsituatie per mail aan het team gemeld. Als andere leerkrachten pestgedrag signaleren, wordt dit aan de betreffende leerkracht doorgegeven. Automatisch wordt op deze manier ook de teamleider (pestcoördinator) op de hoogte gebracht.
     
      1. Handelingsfase 2 (3e keer pesten)
  • De leerkracht voert buiten de klas afzonderlijk gesprekken met de gepeste, de pester en de meelopers.
  • De pester krijgt een rode kaart. Deze kaart wordt meegegeven naar huis. De pester krijgt de waarschuwing mee dat als dit nog eens gebeurt, hij of zij geschorst kan worden.
  • De leerkracht nodigt de ouders van de pester en de gepeste afzonderlijk of indien mogelijk gezamenlijk uit op school en bespreekt met hen in aanwezigheid van de pestcoördinator wat er is gebeurd. Ouders kunnen via de leerkracht achtergrondinformatie krijgen over pestgedrag en handreikingen met betrekking tot de aanpak van pestgedrag.
  • De leerkracht maakt van de gesprekken en het meegeven van de rode kaart een aantekening in Parnassys. (Zie bijlage voor de papieren versie van het analyseformulier.)
  • Na een aantal weken belt de leerkracht de ouders nogmaals op om te vragen hoe het dan met de leerlingen gaat en om de ouders te vertellen hoe het nu met de leerling op school gaat.
  • In de groep wordt de pestsituatie door de leerkracht besproken met alle leerlingen.
  • Door de leerkracht wordt de pestsituatie per mail aan het team gemeld. Als andere leerkrachten pestgedrag signaleren, wordt dit aan de betreffende leerkracht doorgegeven. Automatisch worden op deze manier ook de teamleider (pestcoördinator) op de hoogte gebracht.
  • De pester krijgt een passende straf van de leerkracht, die in overleg met de ouders wordt vastgesteld. Voorbeelden van passende straffen zijn: niet mee mogen doen aan activiteiten die de leerling leuk vindt, het kind laten nadenken over eigen handelen door hem of haar een verslag te laten schrijven over wat is gebeurd, het lezen en maken van een verslag van een kinderboek over pesten.
     
      1. Handelingsfase 3 (4e keer pesten)
  • De ouders van zowel de gepeste als de pester worden opnieuw telefonisch op de hoogte gebracht. De ouders van de pester worden opnieuw uitgenodigd voor een gesprek met de leerkracht, de pestcoödinator. De collega’s worden via de mail opnieuw op de hoogte gebracht. In het gesprek tussen ouders, leerkracht en coördinatoren wordt gemeld dat door de IB contact zal worden opgenomen met een hulpverlenende instantie zoals de orthopedagoge, de schoolmaatschappelijk werkster of het Jeugdteam.
  • Van alle gevoerde gesprekken wordt een aantekening en verslag gemaakt in Parnassys. Dit alles met als doel het pesten te stoppen.
  • Houdt het pestgedrag na al deze maatregelen aan, dan kan de teamleider in overleg met de directeur besluiten de leerling voor bepaalde tijd te schorsen. De ouders worden bij het vijfde pestgeval direct door de teamleider telefonisch op de hoogte gesteld en uitgenodigd voor een gesprek. Hierin maakt hij duidelijk dat schorsing een optie is indien het gedrag niet verandert.
    Wij verwachten en hopen ook hier weer dat het niet tot een schorsing hoeft te komen.
     
     

 

4          Achtergrondinformatie over pestgedrag

 

    1. Wat verstaan wij onder pesten?
      Pesten houdt in dat leden van een groep om een bepaalde reden een andere groepsgenoot stelselmatig geestelijk en/of lichamelijk mishandelen.
      We maken verschil tussen plagen en pesten, omdat zij elk andere kenmerken hebben. Plagen kan wel uitmonden in pesten. Onderstaand overzicht maakt dat duidelijk.
       

verschillen

plagen

pesten

Is onschuldig en gebeurt onbezonnen en spontaan. Gaat vaak gepaard met humor.

Gebeurt berekenend en bewust. Van te voren is duidelijk wie, hoe en wanneer gepest wordt.

Is van korte duur of gebeurt tijdelijk. Stopt na korte tijd vanzelf weer.

Is duurzaam: het gebeurt herhaaldelijk, systematisch en langdurig. Het stopt niet vanzelf na een korte tijd.

Speelt zich af tussen gelijken.

Ongelijke strijd. De onmacht van de gepeste staat tegenover de macht van de pester.

Is meestal te verdragen, soms zelfs leuk. Kan ook kwetsend of agressief zijn.

De pester wil bewust kwetsen, kleineren, pijn doen of vernielen.

Meestal 1 tegen 1.

Een groep (de pester en de meelopers)  tegenover 1 geïsoleerd slachtoffer.

Wie wie plaagt ligt niet vast. De tegenpartijen wisselen keer op keer.

Er is een neiging naar een vaste structuur. De pesters blijven pesters en het slachtoffer blijft slachtoffer. De tegenpartijen wisselen niet.

gevolgen

plagen

pesten

Een schaafwond of korte draaglijke pijn die bij het spel hoort. Wordt soms als prettig ervaren.

Langdurige lichamelijke en psychische pijn. Vaak ingewikkeld en met een lange nasleep.

De vroegere relaties blijven ongeschaad of worden spoedig weer hersteld. De ruzie of het conflict wordt weer bijgelegd.

Vroegere relaties zijn geschaad en kunnen alleen zeer moeizaam worden hersteld.

Men blijft in de groep opgenomen.

Isolement en grote eenzaamheid bij het gekwetste kind, dat niet door de groep wordt opgenomen.

De groep en de geplaagde lijden er niet echt onder.

De groep lijdt onder een dreigend en onveilig klimaat waarin angst en wantrouwen overheerst.

 

 

    1. Kenmerken van de pester
      De praktijk wijst uit dat alle pesters min of meer dezelfde kenmerken vertonen. Ontdekt de leerkracht deze kenmerken bij een leerling, dan is hij alert. Hij houdt in de gaten of er sprake zou kunnen zijn van een pestsituatie in de groep.
  • Staat vrij positief tegenover geweld, agressie en het gebruik van stoere taal.
  • Imiteert graag agressief gedrag.
  • Is sneller agressief en gebruikt meer geweld.
  • Lijkt assertief: zegt spontaan wat hij/zij denkt of voelt en komt uit voor zijn/haar mening.
  • Is vrij impulsief.
  • Heeft de neiging anderen te overschreeuwen of te domineren om zo controle te houden, maar is minder zeker dan hij/zij lijkt.
  • Wil het middelpunt zijn en is snel jaloers.
  • Is meestal fysiek sterker of omringd door sterke vriendjes die zijn/haar gezag respecteren.
  • Heeft moeite met regels, grenzen en eigen of door anderen opgelegde regels.
  • Schat situaties verkeerd in.
  • Schat de gevolgen van zijn/haar gedrag verkeerd in.
  • Heeft het moeilijk met stress of spanning die van buitenaf wordt opgelegd (repetities, toetsen, agressie van ouders etc.)
  • Lijdt vaak aan negatieve faalangst.
  • Hoe onveiliger hij/zij zich voelt, hoe groter zijn/haar behoefte aan een zondebok.
  • Is niet persé dommer of slimmer dan de rest.
  • Geniet respect uit angst en niet uit waardering.
  • Heeft een zwak inlevingsvermogen; is vooral met zichzelf bezig en houdt weinig tot geen rekening met anderen.
     
     
     
    1. Kenmerken van de gepeste
      De praktijk wijst uit dat alle gepesten min of meer dezelfde kenmerken vertonen. Ontdekt de leerkracht deze kenmerken bij een leerling, dan is hij alert. Hij houdt in de gaten of er sprake zou kunnen zijn van een pestsituatie in de groep.
  • Houdt niet van geweld en agressie of onbeschoft taalgebruik.
  • Weet niet hoe hij met agressie van anderen om moet gaan.
  • Is meestal fysiek zwakker.
  • Is eerder in zichzelf gekeerd.
  • Is geneigd zich onderdanig en gedienstig te gedragen.
  • Is onzeker in sociale contacten.
  • Durft niet op te komen voor zichzelf.
  • Heeft vaak een lage dunk van zichzelf en gelooft uiteindelijk dat hij het verdient om gepest te worden.
  • Voelt zich vaker eenzaam dan andere kinderen.
  • Voelt niet goed aan welke regels of normen binnen een groep gelden.
  • Reageert niet op de gepaste manier op druk: gaat huilen, gedraagt zich slaafs, gaat klikken of vleien, probeert zich vrij te kopen met snoep of geld of probeert de pestkoppen na te bootsen en faalt daarin.
     
    1. Signalen die wijzen op pestgedrag
      Pester en gepeste geven beide signalen af. Leerkrachten zijn alert op deze signalen, nemen ze serieus en bekijken steeds weer of er sprake kan zijn van pestsituaties in de groep.
      Signalen bij de gepeste:
  • Het kind heeft blauwe plekken of schrammen, gescheurde kleren, beschadigde boeken en ‘verliest’ eigendommen. Let zeker op als het kind normaliter niet slordig is! Ook als het kind niet kan vertellen wat er is gebeurd of excuses zoekt is er vaak meer aan de hand.
  • Het kind maakt zich het liefst onzichtbaar. Zelfs zonder zichtbare aanleiding gedraagt het zich als een geslagen hond. Het is vaak verdrietig of neerslachtig of heeft onverwachte stemmingswisselingen met driftbuien.
  • In sommige gevallen is het onhandelbaar, agressief en overspannen.
  • Het staat dikwijls alleen op de speelplaats. Er komen geen vriendjes thuis om te spelen en het wordt ook niet uitgenodigd om te komen spelen of te komen op feestjes.
  • Het kind zoekt het veilige gezelschap van de leerkracht of leider.
  • Als er groepjes worden gekozen, wordt het kind als laatste gekozen of het blijft over.
  • De schoolresultaten worden opeens veel slechter.
  • Het kind is vaak letterlijk en/of figuurlijk afwezig. Het vlucht weg in de fantasie en zorgt ervoor dat het zo nipt mogelijk op tijd op school komt en is meteen na de bel weer weg. Op zondagavond is het bijzonder gestrest en zoekt redenen om niet naar school of club te moeten.
     
    Signalen bij de pester:
  • Het kind heeft blauwe plekken of schrammen en besmeurde of gescheurde kleren als gevolg van de verdediging door slachtoffers.
  • Zijn of haar vriendjes zijn volgzame meelopers die wachten op instructies van de pester.
  • Het kind vindt het moeilijk om samen te spelen of samen te werken, omdat het altijd de baas wil zijn.
  • Het verdraagt het slecht om afhankelijk te zijn van het toeval of van de bekwaamheid of onbekwaamheid van anderen.
  • Het kind verdraagt geen kritiek en wordt boos als zijn positieve beeld van zichzelf ter discussie wordt gesteld. Ook al is het maar door een grapje.
  • Zijn/haar vriendjes zijn gelijkgezinden. Ze spreken vaak negatief of kleinerend over bepaalde kinderen. Wie niet bij de groep hoort is een zwakkeling of zelfs een vijand. Ze kiezen agressieve idolen uit sport, muziek of film.
  • De pester is regelmatig brutaal tegenover een zwakker gezinslid. Dit kan ook een ouder zijn.
  • De pester kan zich moeilijk inleven in de gevoelens van de ander en heeft weinig of geen schuldgevoelens.
  • Het kind kan moeilijk grenzen aanvaarden die door anderen worden opgelegd en verdraagt geen kritiek.
  • De indruk is dat het kind een dubbelleven leidt: thuis of tegenover de leraar is het volgzaam en braaf, maar je hoort klachten over het kind in onbewaakte momenten.
     
     

 

B.     Protocol Time-out, Schorsing en Verwijdering Leerlingen

 

 

1.        Inleiding

De omstandigheden in onze huidige maatschappij veranderen hard. We zien waarden en normen in onze huidige maatschappij steeds meer vervagen. Het is niet voor niets geweest dat door de politiek aandacht is gevraagd voor het thema ‘normen en waarden’. Onze school is een maatschappij in het klein. Omdat onze kinderen ook leven met zonden en gebreken, hebben wij hier ook op de Groen van Prinstererschool in Klaaswaal mee te maken. Om ons heen zien we gedrag van kinderen en volwassenen dat niet in lijn is met onze waarden en normen. De school zien we niet alleen als een leer-, maar ook als een opvoedingsinstituut waar leerlingen Bijbelse waarden en normen worden bijgebracht.

Rekening houdend met de gebrokenheid van deze wereld, willen we hier op een proactieve manier mee omgaan, zodat we weten hoe we moeten handelen als er sprake is van grens overtredend gedrag. Dit alles willen we doen in het belang van de leerling. Iedere leerling heeft op onze school recht op veiligheid en  geborgenheid. Als leerlingen zich niet veilig voelen, komen ze ook niet tot optimale leerprestaties. Vervolgens heeft ook iedere leerling behoefte aan duidelijkheid, zodat ze weten waar ze aan toe zijn. In dit protocol voor time-out, schorsing en verwijdering willen we door het aangeven van kaders, die duidelijkheid scheppen

 

2.        Gedrag

Bij ons op school maken we onderscheid tussen regel overtredend gedrag en grens overtredend gedrag. Bij regel overtredend gedrag gaat het erom dat de leerling de afgesproken regels niet nakomt. Bij grens overtredend gedrag, verstaan we gedrag dat ontoelaatbaar is. In de volgende paragrafen wordt dit verder uitgewerkt.

 

2.1     Regel overtredend gedrag

Bij regel overtredend gedrag gaat het erom dat de leerling de regels, zoals die bij ons op school gelden niet nakomt oftewel overtreedt. Deze regels worden vooraf bekend gemaakt. Hieronder geven we aan hoe we te werk gaan bij regel overtredend gedrag.

  1. Bij regel overtredend gedrag worden leerlingen door ons in eerste instantie 2x gewaarschuwd door middel van een standje. We wijzen de leerling op de schoolregel, zodat zij weten wat zij niet mogen doen. We vertellen hen erbij wat we wel van ze verwachten en wat de sanctie is bij een derde overtreding.
  2. Bij de derde overtreding wordt de leerling bestraft. Dit doen we door middel van strafwerk. Het niet geven van straf of het door de vingers zien van de overtreding is niet aan de orde. Als we willen werken aan een fijn en pestloos klimaat op onze school, is straf nu en dan nodig.
  3. De leerkracht stelt de ouders op de hoogte wanneer binnen korte periode de regel meerdere keren overtreden en bestraft wordt. De leerkracht maakt met ouders afspraken over de straf, mede afhankelijk van de aard van de overtreding. Ook wordt besproken hoe de leerling geholpen kan worden zich aan de regel te houden. Het is van groot belang dat leerkrachten en ouders nauw samenwerken om hiervoor te kunnen zorgen.
  4. Van bovengenoemd overleg wordt een notitie gemaakt in het digitale dossier van de leerling in Parnassys.
  5. Na de derde keer straf (zoals afgesproken bij punt 3), worden de ouders en indien mogelijk ook de leerling uitgenodigd voor een gesprek op school. In dit gesprek met de leerkracht wordt in overleg een aanpak bepaald om meer regel overtredend gedrag en straf te voorkomen. Ook van dit gesprek wordt een aantekening en verslag gemaakt in het eerder genoemde dossier.
  6. Na opnieuw 3 keer straf, worden ouders opnieuw uitgenodigd voor een gesprek. Dit keer met de leerkracht en de teamleider. Na overleg wordt de aanpak aangepast. Ook van dit gesprek wordt een aantekening en verslag gemaakt in het eerder genoemde dossier. Indien nodig wordt in overleg met de IB een leerlingbespreking afgesproken waarin gesproken kan worden over inzet van de orthopedagoge of het Jeugdteam.
    Wij verwachten en hopen dat het niet tot deze laatste twee sancties hoeft te komen.
     
    2.2     Grens overtredend gedrag
    Bij grens overtredend gedrag, gaat het om gedrag dat absoluut niet toelaatbaar is. Dit gedrag komt in principe in aanmerking voor schorsing. Wij rekenen onder grens overtredend gedrag:
  • Het regelmatig niet willen luisteren en zich niet houden aan de regels (zie 2.1),
  • Weigeren deel te nemen aan activiteiten,
  • Een grote mond hebben of brutaal zijn,
  • Beledigen, vloeken, schelden, bedreigen,
  • Agressief gedrag, vechten, slaan en schoppen,
  • Het vertonen van pestgedrag,
  • Vandalisme, vernielingen, diefstal.

 

 

2.3.    Sancties bij grens overtredend gedrag

Grens overtredend gedrag kan leiden tot schorsing en uiteindelijk verwijdering. Dit onderdeel van het protocol treedt in werking als er sprake is van grens overtredend gedrag. Er worden drie vormen van maatregelen genomen:

  1. Time-out
  2. Schorsing
  3. Verwijdering

Daarnaast bestaat er in bepaalde gevallen een aangifteplicht, zie bijv. art. 4a WPO. Het gaat dan bijvoorbeeld over vermoeden van misdrijf.

 

2.3.1.  Time-out

Een ernstig incident dat valt onder grens overtredend gedrag, leidt tot een time-out met onmiddellijke ingang. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • In geval van een time-out wordt de leerling voor de rest van de dag de toegang tot de school ontzegd.
    Tenzij redelijke gronden zich daartegen verzetten worden de ouders/verzorgers onmiddellijk van het incident en de time-out gemotiveerd op de hoogte gebracht.

    NB: Als veiligheid voorop staat, en dat zal regelmatig het geval zijn, moet de time-out niet afhankelijk gesteld worden van het contact met ouders. De vraag blijft dan staan wat er moet gebeuren als de ouders niet te bereiken zijn. Eventueel is het verwijderen uit de klas en opvang elders een oplossing!
  • De ouders/verzorgers worden zo spoedig mogelijk op school uitgenodigd door de groepsleerkracht voor een gesprek. Hierbij is de groepsleerkracht en de teamleider van de school aanwezig.
  • Van het incident en het gesprek met de ouders wordt door de groepsleerkracht een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de ouders voor gezien getekend en in het leerlingendossier opgeslagen. Als ouders weigeren te tekenen, wordt gevraagd naar een verklaring. Deze verklaring wordt onderaan het verslag gemeld.
    NB: de time-out is geen officieel instrument, maar kan niettemin bruikbaar zijn bij onveilige situaties of bij het herstellen van de rust binnen de school. Het is principieel geen strafmaatregel maar een ordemaatregel in het belang van de school Daarom geen aantekening van de time-out maar van het incident in het dossier van de leerling.
  • De Time-outmaatregel kan te allen tijden worden toegepast wanneer het nodig is om de rust binnen de school terug te krijgen of wanneer dit in het belang is voor de veiligheid van leerlingen c.q. leerkrachten.
  • De time-out maatregel kan alleen worden toegepast door de directeur of na overleg met de directeur door de teamleider van de school.
  • De time-out maatregel wordt na toepassing door de directeur schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag.

 

2.3.2.  Schorsing

Pas na het doorlopen van het hieronder beschreven stappenplan, of in het uitzonderlijke geval dat het voorgevallen incident zo ernstig is dat de veiligheid in gevaar is, kan worden overgegaan tot een formele schorsing.

  • Bij de eerste signalering grens overtredend gedrag, wordt hiervan  een aantekening gemaakt in Parnassys. De ouders en de bouwcoördinator worden op de hoogte gebracht van het voorval. De leerling werkt 1 dag, onder toezicht, buiten de eigen groep.
  • Bij de tweede grensoverschrijdende overtreding binnen 8 lesweken na de eerste overtreding, brengt de leerkracht de teamleider op de hoogte. De teamleider neemt telefonisch contact op met de ouders. De leerling moet 2 dagen, onder toezicht, buiten de eigen groep doorbrengen met zijn eigen werk. De ouders worden door de leerkracht en teamleider uitgenodigd voor een gesprek op school. Ook hier worden de melding en een verslag van het gesprek vastgelegd in Parnassys.
  • Bij de derde overtreding binnen 8 weken na de tweede overtreding worden ouders door de bouwcoördinator uitgenodigd voor een gesprek op school. Het kind werkt 3 dagen onder toezicht buiten de groep met zijn of haar eigen werk. De ouders krijgen een schriftelijke mededeling mee, waarin wordt aangegeven dat bij een volgende overtreding binnen 8 weken de leerling geschorst wordt. Ook hier wordt van alle stappen verslag gedaan in Parnassys. Ook het bevoegd gezag wordt hiervan op de hoogte gesteld.
  • Bij een vierde overtreding binnen 8 weken na het vorige voorval nodigt de teamleider de ouders opnieuw uit voor een gesprek indien mogelijk in aanwezigheid van de directeur. Meegedeeld wordt dat de leerling voor een week geschorst wordt. Er worden afspraken gemaakt over het werk dat de leerling thuis te doen krijgt. Van dit alles wordt een aantekening gemaakt in Parnassys. De ouders worden van de schorsing en de gemaakte afspraken schriftelijk, middels een aangetekende brief (zie bijlage 2), in kennis gesteld. Een afschrift van deze brief gaat naar de leerplichtambtenaar en de onderwijsinspectie. Van dit alles wordt een aantekening gemaakt in Parnassys.
  • Na de schorsing komt de leerling weer op school en wordt in de klas toegelaten.
     

 

2.3.3.  Verwijdering

Als er na het onder 2.3.2. beschreven stappenplan zich binnen 8 weken weer grensoverschrijdend gedrag voordoet, dat ingrijpende gevolgen heeft voor de veiligheid en/of de onderwijskundige voortgang van de school, kan worden overgegaan tot verwijdering. De wettelijke regeling voor het bijzonder onderwijs is hierbij van toepassing (artikel 40 lid 1, eerste volzin en lid 5 en 6 en artikel 63 lid 2 en 3 van de Wet op het Primair Onderwijs). Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • Verwijdering van een leerling  is een bevoegdheid van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft in Artikel 5.3 van het managementstatuut deze taak aan de directeur gedelegeerd.  Daarom neemt de directeur in samenspraak met het bevoegd gezag de beslissing om de leerling te verwijderen.
  • Voordat men een beslissing neemt, dient het bevoegd gezag de betrokken leerkracht, de teamleider en de ouders te horen. Hiervan wordt een verslag gemaakt wat aan de ouders ter kennis worden gesteld en door de ouders voor gezien wordt getekend. Als ouders weigeren te tekenen, wordt gevraagd naar een verklaring. Deze verklaring wordt onderaan het verslag gemeld. 
  • Het verslag wordt ter kennisgeving opgestuurd naar:
      • De ambtenaar leerplichtzaken
      • De Onderwijsinspectie
  • Het bevoegd gezag en de directeur informeren de ouders schriftelijk (zie bijlage 3) en met redenen over het voornemen tot verwijdering, waarbij de ouders gewezen wordt op de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift.
  • De ouders krijgen de mogelijkheid binnen zes weken een bezwaarschrift in te dienen.
  • Het bevoegd gezag is verplicht de ouders te horen over het bezwaarschrift.
  • Het bevoegd gezag neemt een uiteindelijke beslissing binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
  • Een besluit tot verwijdering is pas mogelijk nadat een andere basisschool of een andere school voor speciaal onderwijs is gevonden om de leerling op te nemen of dat aantoonbaar is dat het bevoegd gezag, gedurende acht weken, er alles aan heeft gedaan om de leerling elders geplaatst te krijgen.
  • Van het besluit tot verwijdering worden ouders schriftelijk, middels een aangetekende brief (zie bijlage 4) op de hoogte gebracht.

 

C.        Tenslotte

 

Dit gedragsprotocol hebben we opgesteld, omdat we graag willen werken aan een fijn klimaat binnen onze school. Ook willen we in geval van pestsituaties direct en alert reageren om de situatie te stoppen. Daarnaast willen we het ontstaan van nieuwe pestsituaties voorkomen.

 

Om dit te kunnen bereiken hebben we uw hulp nodig. We verwachten hiervoor medewerking van alle betrokkenen in de school. Van u als ouders verwachten we dat u ons steunt in onze aanpak en dat u met ons meedenkt in geval van overtredingen. Ook verwachten we van u dat u direct melding maakt van door u gesignaleerde pestsituaties en/of grensoverschrijdende gedragingen door de leerkracht mondeling of telefonisch hiervan op de hoogte te brengen. Zowel als u kind gepest wordt als wanneer u hebt ontdekt dat uw kind pest. Wanneer uw kind afwijkend gedrag vertoont willen wij ook graag door u op de hoogte worden gesteld. Ook wanneer u daarmee zelf al naar een huisarts, het jeugdteam of andere hulpverlenende instantie bent gegaan.

 

Kortom: we hopen op een soepele en prettige samenwerking tussen school en gezin.

 

 

 

Directie en team

Groen van Prinstererschool

Klaaswaal

 

Bijlage 1                    Analyseformulier pestsituatie

 

Leerling groep:

Datum:

 

Naam leerling (pester):

 

Naam leerkracht:

 

Naam/namen overige betrokkene(n):

(gepeste, meeloper(s))

 

 

 

Korte beschrijving van de pestsituatie:

 

 

 

 

 

 

 

Ondernomen stappen (gesprek met pester en gepeste, etc.):

 

 

 

 

 

 

 

 

Gemaakte afspraken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 2                    Brief aan ouders inzake schorsing

 

Indien u een leerling schorst, moet u de ouders/verzorgers van de leerling schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte stellen. Hiervoor kunt u deze voorbeeldbrief gebruiken. Let u erop dat u de brief aangetekend verstuurt.

 

 

Aan de ouders/verzorgers van naam leerling

 

 

klaaswaal, datum

 

 

 

Geachte ouders/verzorgers,

 

 

In navolging op het gesprek dat wij met u hebben gevoerd op datum en na overleg met de groepsleerkracht dhr./mevr. naam delen wij u hierbij mede dat uw zoon/dochter naam met ingang van datum tot uiterlijk datum is geschorst. Gedurende deze schorsing ontzeggen wij naam de toegang tot de school.

 

 

De reden(en) die ten grondslag liggen aan deze schorsing zijn:

Korte omschrijving aanleiding

 

 

De genomen maatregelen met het oog op de schorsing zijn:

      • Bijv. het meegeven huiswerkopdrachten, etc.
         
         
         
        Hoogachtend,
        Namens het Bestuur van VCOHW
        Locatie Groen van Prinsterer school te Klaaswaal
         
        Dhr. H. Nobel, voorzitter
         
         
         
        Dhr. L.A.G. Ruijgrok, directeur
         
         
         
         
         
        In afschrift aan:
        Schoolbestuur
        Leerplichtambtenaar
        Onderwijsinspectie
         
         
         
         
         

 

Bijlage 3                    Brief aan ouders inzake voornemen verwijdering

 

Deze voorbeeldbrief kunt u gebruiken bij de schriftelijke en gemotiveerde mededeling aan de ouders/verzorgers over het voornemen hun kind van school te verwijderen. Deze brief dient u aangetekend te versturen.

 

 

 

Aan de ouders/verzorgers van naam leerling

 

 

Klaaswaal, datum

 

 

 

Geachte ouders/verzorgers,

 

In navolging op het gesprek dat wij met u hebben gevoerd open na overleg met de groepsleerkracht dhr./mevr. naam delen wij u hierbij mede dat uw zoon/dochter naam met ingang van datum (rekening houdend met 8 weken termijn) op grond van artikel 40 van de Wet op het Primair Onderwijs/ Wet op de Expertisecentra zal worden verwijderd van school.

 

In de komende acht weken zullen wij uitvoering geven aan de verplichting zoals opgenomen in artikel 40 van de Wet op het Primair Onderwijs Wet op de Expertisecentra, inhoudende dat wij op zoek zullen gaan naar een andere school die bereid is uw zoon/dochter toe te laten. Mochten wij hier binnen 8 weken niet in slagen dan zullen wij overgaan tot definitieve verwijdering.

 

Voorafgaande aan deze definitieve verwijdering zullen wij uw zoon/dochter met onmiddellijke ingang/met ingang van datum tijdelijk verwijderen. Tijdens deze tijdelijke verwijdering ontzeggen wij uw zoon/dochter de toegang tot de school.

 

De reden(-en) die ten grondslag liggen aan deze verwijdering zijn:

Korte omschrijving aanleiding

 

De genomen maatregelen met het oog op de verwijdering zijn:

      • Bijv. het meegeven huiswerkopdrachten, etc.
         
        Tegen dit besluit kunt u op grond van artikel 63 lid 3 van de Wet op het Primair onderwijs/ artikel 61 lid 3 van de Wet op de Eexpertisecentra binnen zes weken na ontvangst van dit besluit schriftelijk bezwaar maken. U kunt dit bezwaar richten aan naam. Alvorens het Bevoegd Gezag een besluit neemt aangaande uw bezwaar zult u worden gehoord. Het Bevoegd Gezag beslist binnen 4 weken na ontvangst van uw bezwaren.
         
         
         
        Hoogachtend,
        Namens het Bestuur van VCOHW
        Locatie Groen van Prinsterer school te Klaaswaal
         
        Dhr. H. Nobel, voorzitter
         
         
         
        Dhr. L.A.G. Ruijgrok, directeur
         
         
         
        In afschrift aan:
        Schoolbestuur
        Leerplichtambtenaar
        Onderwijsinspectie
         

 

Bijlage 4                    Brief aan ouders inzake definitieve verwijdering

 

Deze voorbeeldbrief kunt u gebruiken wanneer u de ouders/verzorgers meedeelt dat hun kind definitief wordt verwijderd. Deze brief dient u aangetekend te versturen.

 

 

Aan de ouders/verzorgers van naam leerling

 

 

Klaaswaal , datum

 

 

 

Geachte ouders/verzorgers,

 

In navolging op het gesprek dat wij met u hebben gevoerd op datum en na overleg met de groepsleerkracht dhr./mevr. naam en onze brief d.d (datum brief voornemen tot verwijdering) delen wij u hierbij mede dat uw zoon/dochter met ingang van op

grond van artikel 40 van de Wet op het Primair Onderwijs/ Wet op de Expertisecentra definitief zal worden verwijderd van school.

 

In afgelopen acht weken hebben wij op grond van de verplichting zoals opgenomen in artikel 40 van de Wet op het Primair Onderwijs/ Wet op de Expertisecentra, gezocht naar een andere school voor uw zoon/dochter. Wij zijn er echter niet in geslaagd om een andere school bereid te vinden uw zoon/dochter toe te laten. (Toelichting op gepleegde inspanningen, reden van niet toelaten)

 

De reden(-en) die ten grondslag liggen aan deze definitieve verwijdering zijn:

Korte omschrijving aanleiding

 

De genomen maatregelen met het oog op de verwijdering zijn:

      • Bijv. het meegeven huiswerkopdrachten, etc.
         
        Tegen dit besluit kunt u op grond van artikel 63 lid 3 van de Wet op het Primair Onderwijs en artikel 61 lid 3 van de Wet op de Expertisecentra binnen zes weken na ontvangst van dit besluit schriftelijk bezwaar maken. U kunt dit bezwaar richten aan
        naam. Alvorens het Bevoegd Gezag een besluit neemt aangaande uw bezwaar zult u worden gehoord. Het Bevoegd Gezag beslist binnen 4 weken na ontvangst van uw bezwaren.
         
         
         
        Hoogachtend,
        Namens het Bestuur van VCOHW
        Locatie groen van Prinsterer school te Klaaswaal
         
        Dhr. H. Nobel, voorzitter
         
         
         
        Dhr. L.A.G. Ruijgrok, directeur
         
         
         
         
        In afschrift aan:
        Schoolbestuur
        Leerplichtambtenaar
        Onderwijsinspectie
         
         
         
         
43200